<

        Welkom op de website van
     ROOIE SIEN De Musical!

HOME

afbeelding1

                  DE HISTORIE VAN ROOIE SIEN IN ZES BEDRIJVEN

                                                     Bedrijf I
Ruim 85 jaar geleden (in 1918) stond Rooie Sien voor het eerst op de planken. In de Circus-Schouwburg van Marius Spree te Rotterdam, waarvan hij van 1914 tot zijn overlijden in 1929 directeur was. Marius Spree was een bekend volksacteur, toneelleider en -schrijver. Toneelstukken van zijn hand zijn o.a. Mottige Janus (waarmee hij in 1906 zijn 12½ jarig jubileum vierde), Jan Smeets, Klaasje Zevenster, De Witte Non (naar een Italiaanse film) en …Rooie Sien.
Met een onfeilbaar gevoel voor wat het precies moest zijn schreef hij zij stukken. Als geen ander wist hij de gevoelens van zijn , beslist niet alleen ‘volkse’, publiek te bespelen en in zijn veelal felle drama’s lach en traan te doseren. Het publiek, in die tijd, keek niet alleen naar zijn stukken , het leefde intens mee, vaak luidruchtig. Het identificeerde zich met de hoofdfiguren. Niet zelden is het gebeurd dat ‘de slechterik’ van het stuk bij de artiestenuitgang werd opgewacht om een ongenadig pak slaag te krijgen! Vaak moest de betreffende acteur dan ook onder politiebescherming naar huis worden gebracht.

afbeelding1

Marius Spree schreef met Rooie Sien een kassucces. Van al zijn uitgebrachte en vaak zelf geschreven stukken (meestal naar boeken of verhalen van andere schrijvers) spande Rooie Sien de kroon. Vanaf de première stond het stuk zes maanden ononderbroken in de Circus-Schouwburg, waar normaliter om de veertien dagen van een nieuw stuk te genieten viel. Een ongekend succes. Deze geslaagde “greep uit het leven” verschafte Marius Spree niet alleen de middelen om eigenaar van de Circus-Schouwburg te worden, maar ook korte tijd van het ’Hippodrome’ in Antwerpen. Sindsdien is Rooie Sien onverwoestbaar gebleken. Na de dood van Marius Spree in 1929 nam zijn vrouw Fietje Spree de directie van de Circus-Schouwburg over en startte met een nieuwe Rooie Sien-serie. Opnieuw werd het een kassucces en de kritiek beschreef het stuk als ‘het meesterwerk van de helaas te vroeg gestorven Marius Spree’.

                                                   Bedrijf II
Met betrekkelijk korte onderbrekingen werd dit “Fel Realistisch Zedendrama in zes bedrijven” altijd wel ergens in Nederland opgevoerd. Door tal van gezelschappen en gezelschapjes is het in totaal duizenden keren gespeeld. Met in de hoofdrol o.a. actrices als Fietje Spree (Sophie te Mijtelaar, de tweede vrouw van Marius Spree, die de door haar man geschreven rol van Rooie Sien en haar dochter in 1918 creëerde) Annie Verhulst of Emmy Arbous.
In welke uithoek van ons land heeft men niet meegeleefd met: “de schokkende avonturen van die wufte, maar in wezen onschuldige meid, die (verleid en verloren gewaand) net langs de rand van de afgrond gaat, op het laatste nippertje uit de goot wordt gered en uiteindelijk in het behouden huis terugkeert”.
Voor zover na te gaan is het Willem Goossens’ Volkstoneel geweest die, als eerste na de tweede wereldoorlog, in het seizoen 1947/1948, Rooie Sien op de planken bracht met Emmy Arbous in de hoofdrol. Willem Goossens zat al heel jong in het vak. Hij begon bij het gezelschap van Marius Spree (vandaar waarschijnlijk zijn voorliefde voor stukken als b.v. Rooie Sien en De witte Non), bracht variété-voorstellingen met Leo Fuld en ging in 1936 van start met zijn eigen Groot Nederlandsch Volkstooneel (vanaf 1938 Willem Goossens’ Volksto(o)neel geheten). Hiermee werd een periode afgesloten die bij Marius Spree was begonnen.
Het tijdperk Rooie Sien leek voorbij.

                                                                  Bedrijf III
In 1953, enkele minuten voor de première van de voorstelling “Onder één dak”, kreeg Jan Nooy (sinds 1921 directeur van Gezelschap Jan Nooy) een hartaanval; inderhaast nam een ander zijn rol over. De voorstelling ging gewoon door maar Jan Nooy heeft daarna nooit meer kunnen werken. Zijn dochter Beppie Nooy nam na afloop van het tournee bij Toon Hermans, waar zij op dat moment geëngageerd was, de leiding van haar vader over. De eerste jaren beperkte zij zich tot zogenaamde ‘uitkopen’, de basis waarop het Gezelschap Jan Nooy werkte, voorstellingen die geheel en al betaald worden door de opdrachtgever. Van het geld dat zij daarmee verdiende legde zij telkens iets opzij, totdat zij in 1956 het risico aandurfde om voor eigen rekening te gaan optreden.
Ze wilde het volkstoneel brengen, zoals het zestig jaar geleden bij ons gespeeld werd. Zij koos daarvoor ‘De Voddenraper van Parijs’, een echte draak uit het ouderwetse Franse repertoire. Het Amsterdams Volkstoneel was geboren.
Vanaf het begin waren de zalen uitverkocht, de kritieken waren vol lof, maar er was toch iets wat haar hinderde. Het publiek was weliswaar opgetogen maar ook waren er opmerkingen als: “Het is wel leuk, maar je merkt toch wel dat het uit een voorbije tijd is. Echt boeien kan het niet meer”. En dat was nu net wat Beppie Nooy wél wilde. Ondanks al het succes gooide zij het roer om. Zij wilde geen toneel, dat alleen maar leefde bij de gratie van de historie. Zij wilde toneel, dat echt onder de mensen leefde.

afbeelding1

Rooie Sien van Marius Spree was hiervoor een natuurlijke keus. Maar het manuscript van Rooie Sien was nergens meer te vinden. Het was weg, werd nergens meer gespeeld!
Toen vond Beppie Nooy de acteur, Pedro Beukman, die vroeger een rolletje in Rooie Sien gespeeld had en het hele manuscript netjes in een schoolschrift had overgeschreven. Daarmee ging zij aan de slag. Deze acteur heeft nog jarenlang de rol van kastelein in Rooie Sien gespeeld.
Op 22 januari 1958, precies 40 jaar na de eerste opvoering, ging in de Groote Schouwburg te Rotterdam Rooie Sien door Het Amsterdams Volkstoneel in première. Bewerking, regie en hoofdrol: Beppie Nooy.
Tot op de dag van de première twijfelde Beppie Nooy of haar keuze de juiste was geweest. ‘s Morgens aangekomen bij de Groote Schouwburg voor de generale repetitie, sneeuwde het zo dat het gebouw van enige afstand niet zichtbaar was. Wel hoorde men een wonderlijk geluid, een soort zwaar geroezemoes. Bij de schouwburg aangekomen ontdekte Beppie Nooy de oorzaak, er stond een lange rij mensen voor de kassa, rondom de schouwburg. Vanaf de eerste voorstelling avond aan avond uitverkocht! De succes-story van Rooie Sien werd hiermee vervolgd.

Citaten uit een kritiek n.a.v. de première van Rooie Sien:

23-01-1958 Rotterdamsch Nieuwsblad - W.Wagener
  “Na het eerste bedrijf van Rooie Sien klonk gisteravond uit de geluidsversterkers terzijde van het toneel een verzoek aan de heer van der Lugt om even naar de kassa te komen. Er moest klaarblijkelijk afgerekend worden en daar had men de directeur van de schouwburg bij nodig. Die dacht Rooie Sien van Marius Spree , eens roemrucht, in tientallen jaren niet gespeeld, ook eens rustig te kunnen bekijken, maar de zaken gingen voor het meisje en de zaken gingen best. Een uitverkocht huis , de eerste avond, ondanks de sneeuw. Publiek van heinde en ver. Het leek er niet op dat film, radio en televisie Rooie Sien concurrentie aandeden…”

afbeelding1

“We lazen dezer dagen een dikke sociologische studie over een Rotterdamse volksbuurt, die ‘gesaneerd’ moet worden, zo’n volksbuurt waar eens de dochter van Rooie Sien, die feitelijk de hoofdpersoon in het stuk van Spree is, het levenslicht zag, het meisje dat de toeschouwers voor het probleem stelt, of zij, erfelijk belast met het verlangen om op een gemakkelijke maar eerloze manier aan de kost komen, naar de haaien zal gaan, dan wel of de man die zich voor haar inspant, er in slagen zal, haar van bederf af te houden. Voor die sociologische studie moesten een paar honderd mensen op talloze vragen antwoord geven, waaruit ettelijke tabellen werden samengesteld, die, uitgeplozen, stof voor vele conclusies opleverden.
Bij het weerzien van Rooie Sien, na een veertigtal jaren, frappeerde ons, dat Spree als toneelschrijver voor zichzelf net zulke conclusies had getrokken, zonder sociologie te hebben gestudeerd, bij intuïtie.
Wat soms in zo’n stuk als Rooie Sien een beetje mal lijkt, teveel op effect geschreven, klopt met de wetenschappelijke conclusies over de manier van denken en reageren in zo’n buurt, over de eigen zedenleer daar, de eigen opvattingen van eer en fatsoen, de eigen techniek van verwerken van goed en kwaad. Dat is in zo’n buurt nog altijd zo. De mensen in zo’n buurt zijn met hun goede en slechte eigenschappen niet veranderd.
Het enorme succes, dat Rooie Sien van Spree destijds had, kan dus op sociologische gronden verklaard worden. Dus omdat de mens au fond zo weinig verandert, bezit het stuk nog trekkracht.”
“Moord bij open doek, lachwekkend realistisch, en daaraan voorafgaand poging tot plundering van een buitenman, ook vrijwel bij open doek, zijn eveneens verouderde volkstoneelelementen. Maar dat Spree zijn dramatische materie wist te ordenen en een dialoog wist te schrijven die uitmuntte door bondigheid, zijn weer kwaliteiten van ziin chef d’oeuvre. Hoofdkwaliteit echter is: het juist gestelde volksbuurtprobleem, dat tranenrijk opgelost had kunnen worden als de dochter van Rooie Sien tenslotte haar jeugdvriendje had getrouwd. Maar die oplossing bleef, hoewel ze er duidelijk ‘in zat’ uit.”
“Nooy: een rassig komediantengeslacht, dat wel nooit aan Shakespeare toekwam, maar die doet het ook niet zo best in de ongesubsidieerde toneelspreiding. In de nieuwe Rooie Sien-presentatie zijn de taferelen met eenvoudige middelen karakteristiek, wat de bars betreft, zelfs met smaak aangekleed.
Mijnheer van der Lugt…kassa!”

afbeelding1

Verdere citaten uit de pers tijdens het eerste tournee van Rooie Sien door het Amsterdams Volkstoneel in 1958.

“Wie meent dat dergelijke zedendrama’s in deze tijd van televisie en van experimenteel en absurbistisch toneel geen levensvatbaarheid meer hebben, vergist zich deerlijk. Beppie Nooy heeft Rooie Sien nieuw leven ingeblazen. Zij startte met een reeks vrijwel steeds uitverkochte voorstellingen in het Amsterdamse Theater Carré en reist nu met haar Amsterdams Volkstoneel door het land. Opmerkelijk en onverwacht daarbij is het drukke bezoek van juist een jonger publiek. Het zijn beslist niet alleen de oudjes, die tedere herinneringen komen ophalen. De belevenissen van Rooie Sien zijn kennelijk van alle tijden.”

Rooie Sien op de kermis
Een halve eeuw viel gisteren weg in de Groninger Harmonie. Onder de elektrische kronen, de lampjes- guirlandes, de gestucte dames aan het plafond, de vlaggen aan de wand hadden net zo goed onze grootvaders kunnen zitten. Zij zagen hetzelfde stuk in precies dezelfde omgeving: Rooie Sien van Marius Spree. Legendarisch verhaal uit de tijd van het onvervalste volkstoneel. Gebracht door het Amsterdams Volkstoneel onder leiding van…Beppie Nooy.
Vier jaar geleden nog medewerkster aan de modernste vorm van cabaret,’Ballot’ van Toon Hermans, nu leidster van een troep, die het oudste volksvermaak bracht. En bracht met zin voor traditie, een felheid en bewogenheid, die prettig aandeden en meehielpen de tijd terug te draaien. De tableaus vivants aan de aanvang van ieder der zes bedrijven, als alle spelers bij opengaand doek volkomen verstard in hun eerste houding blijven staan en tegelijk gaan bewegen, was kostelijk.
Beppie Nooy kan wel spelen. Ze had het brede gebaar, de hartstocht, de ongegeneerdheid, waar dit soort toneel, waar alleen het woord ‘moeder’ een typische geladenheid heeft, om schreeuwt. Zij was breeduit de slechte vrouw aan het begin, het opgroeiende kind in het midden, de tot inkeer gekomen en bij de blinde opa teruggekeerde ontgoochelde aan het slot.
De zaal leefde hartstochtelijk mee, kauwde zuurtjes en knisperde met zakjes en liep traditiegetrouw tussen de bedrijven even rond. Het was een gezellig weerzien met een oude bekende.”

Veel applaus voor felle Rooie Sien
Een moord bij open doek, heftige gevoelsuitingen, zuchten, tranen, smartekreten, wellustig gelach, wilde taferelen in een danshuis aan de Schiedamse dijk in Rotterdam, hoofdpersonen, die diep vallen, maar voor wie toch nog redding mogelijk blijkt, dat zijn de ingrediënten van het ‘drama uit het volksleven met zang en dans in zes bedrijven’ Rooie Sien, van de hand van de roemruchte Marius Spree, een stuk dat oudere schouwburgbezoekers zich uit hun jeugd herinneren en dat zaterdagavond door het Amsterdams volkstoneel in Carré nieuw leven werd ingeblazen. De leidster van het gezelschap, Beppie Nooy, speelde Rooie Sien met alle hartstocht en charge, die deze rol en dit stuk nodig hebben. Zij beheerste het toneel met haar heftige vertolking van de publieke vrouw, die door haar fatsoenlijke echtgenoot in een vlaag van woede wordt vermoord, zij was ook ‘het onechte kind’, een dochter van Rooie Sien, die dezelfde kant van haar moeder dreigt op te gaan.
Er was veel applaus. Liefhebbers van stevig ouderwets melodrama kunnen iedere avond in Carré hun hart ophalen.”

afbeelding1

En een citaat uit de pers bij de ongeveer 1150ste voorstelling: “Toen na haar laatste ‘Vader…’het doek zich voor de laatste maal voor Rooie Sien sloot, klonk er hier en daar onder het samengepakte publiek -de Groote Schouwburg was weer uitverkocht- een gesmoorde snik. Voor de meer dan elfhonderdvijftigste keer had Beppie Nooy met haar Amsterdams Volkstoneel een zaal vol mensen van het televisietoestel gehouden en de toch nog steeds begeerde lach en traan geboden. En Rooie Sien blijft de mensen trekken…”.

In de periode 1958 t/m 1967 speelde Beppie Nooy met haar Amsterdams Volkstoneel, vaak tussen nieuw uitgebrachte produkties door, 1353 keer Rooie Sien (in een steeds wisselende bezetting). Beppie Nooy en Rooie Sien waren onlosmakelijk met elkaar verbonden.

                                                                  Bedrijf IV

afbeelding1

Op 25 maart 1975 was (in aanwezigheid van Koningin Juliana, Prins Bernhard en Prinses Beatrix) de feestelijke première van de film Rooie Sien in regie van Frans Weisz. Voor het eerst sinds het ontstaan van Rooie Sien werden de rollen van Rooie Sien en haar dochter door twee verschillende actrices gespeeld. Rooie Sien, uiteraard, door Beppie Nooy en dochter Sien door Willeke Alberti. Verdere hoofdrollen waren er voor: Kees Brusse, Jules Hamel, Peter Faber, Myra Ward, Wim van den Brink, Cor van Rijn en Guus Oster.
Opnieuw een mijlpaal voor Rooie Sien en voor een nog groter publiek bereikbaar.

afbeelding1 afbeelding1

Speciaal voor de film werd een nieuwe titelsong geschreven door Ruud Bos (muziek) en Hugo Verhage(tekst): “Telkens Weer”, een lied dat buiten de film om een geheel eigen leven is gaan leiden.




                                                                  Bedrijf V
Nog eenmaal zou Beppie Nooy Rooie Sien ter hand nemen, nu ter gelegenheid van het vijf en twintig jarig bestaan van het Amsterdams Volkstoneel. Niet meer als actrice, maar als bewerkster (samen met haar zoon Dick Nooy) en gedreven regisseuse. Haar plaats op het toneel werd overgenomen door schoondochter Carry Tefsen, die net als vanouds beide Sien-nen voor haar rekening nam.

afbeelding1

Citaten uit de pers bij de première van Rooie Sien t.g.v. het 25 jarig bestaan van het Amsterdams Volkstoneel in 1978.
“In een volledig gerestaureerde bewerking van een verjongde Rooie Sien paste het natuurlijk dat Beppie Nooy haar aandeel zou verleggen naar de functie van artistiek leidster van de groep, die ze bovendien als regisseuse aanvoert. De fakkel van de rosse moeder en haar blanke dochter werd daarom overgedragen aan Carry Tefsen. In het gewone leven is ze Beppie Nooy’s schoondochter, wat een extra stevige band schept tussen de fantasiefamilie op het toneel en die van de alledaagse werkelijkheid.
Ook Carry Tefsen krijgt haar Rooie Sien in tweevoud te verwerken in een voorstelling waarvan de teksten werden bijgevijld, en die zich vooral onderscheidt omdat er een tussenvorm is toegepast: Rooie Sien is in deze opzet half toneel, half musical geworden.
In Carry Tefsen hebben we weer een levendig en soms een lekker felle Rooie Sien, die enthousiast wordt bijgestaan door een 35 koppen tellend gezelschap.
Rooie Sien heeft sinds 1918 een vast en oertrouw publiek gehad. Er is geen enkele reden te veronderstellen waarom die traditie zich met deze gloednieuwe uitvoering niet zal voortzetten.”

“Voor de jubileumtoernee van het Amsterdams Volkstoneel, dat een kwart eeuw bestaat, is het stuk van Marius Spree nog eens bijgewerkt, en voorzien van nieuwe liedjes en dansjes; maar in hoofdzaak is de oude sfeer bewaard gebleven. Ook in de manier van spelen die niets vertoont van de gelikte reconstructies van oud vermaak die film en televisie ons voorschotelen.
Blijkens het succes van de eerdere voorstellingen en het voorspelbare succes van de jubileum-voorstelling is er behoefte aan dergelijk drama.”

“Het gezelschap van Beppie Nooy heeft er in de jaren 1958-1967 ruim dertienhonderd voorstellingen van gegeven, met Beppie Nooy zelf in de dubbelrol van Rooie Sien. Zij regisseert nu deze nieuwe voorstelling, waarin haar schoondochter Carry Tefsen Rooie Sien speelt. En hoe.
Het is volkstoneel, zoals na Marius Spree bijvoorbeeld ook Herman Bouber het maakte, maar geen van tweeën schreef voor het gelovige volk, dat toch niet naar de schouwburg ging. Toch heeft het stuk een duidelijke moraal, een burgermansmoraal.
Wat er vooral uit overkomt is de toewijding, de warme genegenheid waarmee al die figuren -die op hun manier iets van hun leven probeerden te maken- gespeeld worden, en met hoeveel vindingrijkheid hun entourage wordt uitgebeeld. Dit is eerlijker toneel dan sommig moderner kluchtwerk.”


                                                                  Bedrijf VI
Zoals uit dit overzicht blijkt is Rooie Sien gedurende een reeks van jaren in de belangstelling blijven staan en beleefde het een, voor Nederland, ongekend aantal opvoeringen. Sedert Marius Spree dit drama schreef is er misschien veel veranderd in Amsterdam en Rotterdam, waar een deel van het verhaal zich afspeelt, maar de sociale problematiek van de grote steden in Nederland is schrijnend actueel. Of de identificatie in deze tijd opnieuw zo massaal onder toekomstige Rooie Sien-bezoekers zal plaatsvinden is de vraag. Of zal Rooie Sien simpelweg wederom haar succes halen uit de realistische theatervorm, die naar gebleken is, de sterke voorkeur heeft van een groot theaterpubliek.
Het ligt in de lijn der verwachting dat, behoudens de reeds zo succesvolle inhoud, met een excellente bewerking, composities, regie, gecompleteerd met verrassende decors en tenslotte een sublieme cast, Rooie Sien een meerwaarde krijgt die slechts kan leiden tot één conclusie:

Na het toneelstuk...

                                       Na de film...

                                                                             NU...

  afbeelding1






                                                                                                                                                DE MUSICAL! 

INFO

CREATIEF
TEAM

HISTORIE

FOTO'S

LINKS

CONTACT